Je kind heeft moeite met vrienden maken
Moeite met vrienden maken zit meestal in een van drie dingen: je kind weet wel wat het wil maar durft het niet, het leest de sociale spelregels anders, of de groep zit dicht. Welke van de drie het is, bepaalt wat helpt. Wat in alle gevallen werkt is oefenen in kleine situaties en contact zoeken buiten de klas, waar de rollen nog niet vastliggen. Een kindercoach oefent dat mee. Gaat het om pesten of om schoolweigering, dan schakel je eerst de school en daarna zo nodig de huisarts in.
duurt ± 5 minuten · anoniem · vrijblijvend
“Hij wordt nooit gevraagd voor een verjaardag”
Ouders merken moeite met vrienden maken vaak aan de dingen die uitblijven. De uitnodiging die niet komt. Het speelafspraakje dat altijd van jouw kant moet komen. Het plein waar je kind langs de kant staat terwijl er drie meter verderop een spel bezig is.
Wat het zwaar maakt is dat je er weinig aan kunt doen. Een rekentoets kun je oefenen, een vriendengroep niet. En je kind begint er uit zichzelf haast nooit over, want het is een van de moeilijkste dingen om toe te geven.
Waar moeite met vrienden maken vandaan komt
Meestal zit het in een van drie dingen, en het scheelt welke.
Bij het eerste weet je kind precies wat het zou willen en durft het de eerste stap niet. Het staat erbij, wacht tot het gevraagd wordt, en de rest leest dat als ongeïnteresseerd. Bij het tweede leest je kind de spelregels anders: het praat door iemand heen, houdt te lang vast aan zijn eigen onderwerp, of merkt te laat dat een grapje verkeerd valt. Bij het derde ligt het aan de groep. Een klas waarin de rollen na groep vijf verdeeld zijn, laat weinig ruimte om er alsnog bij te komen.
Alleen zijn doet er ook op grotere schaal toe. In de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023, ingevuld door ruim 188.000 leerlingen uit klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs, gaf 29,4 procent aan zich in de vier weken daarvoor weleens tot altijd eenzaam te voelen. Bijna drie op de tien.
Wat thuis en op school helpt
Zoek contact buiten de klas. Op een club, bij de buren of in de straat liggen de rollen nog niet vast, en daar begint een vriendschap makkelijker dan op een plein waar iedereen elkaar al drie jaar kent. Voor veel kinderen is dat de kortste route.
Nodig één kind tegelijk uit. In een groep valt je kind terug in de rol die het daar al heeft; met zijn tweeën ontstaat er iets nieuws. Houd het kort en zorg dat er iets te doen is, want samen naar iets kijken vraagt minder dan samen praten.
Oefen de opening. “Mag ik meedoen” is voor veel kinderen te groot; ernaast gaan staan en iets vragen over waar het over gaat, werkt beter. Dat klinkt klein en het is precies het onderdeel waar het misgaat.
Gaat het om pesten, dan is de school aan zet. Elke school in Nederland is sinds de Wet sociale veiligheid op school uit 2015 verplicht om een aanspreekpunt en een aanpak te hebben. Vraag daarnaar bij de mentor, en leg vast wat er is afgesproken.
Wat een kindercoach hieraan toevoegt
Een kindercoach oefent de situaties na die in het echt misgaan. Bij jongere kinderen gebeurt dat met spel of met poppen, bij oudere kinderen pratend en met opdrachten voor die week. Het doel is steeds hetzelfde: iets kunnen dóen op het moment dat het zich voordoet.
Daarnaast kijkt de coach naar wat je kind over zichzelf gelooft. Wie een paar keer is afgewezen, concludeert vaak dat hij niet leuk is om mee om te gaan, en dat maakt de volgende poging kleiner. Dat beeld bijstellen is werk waar een gesprek met een ouder zelden bij komt.
Bij tieners verschuift het naar keuzes: welke groep wil je bij horen, en wat kost dat je. Een tienercoach helpt bij die afweging zonder te sturen op wat gebruikelijk is.
Waar dit aan grenst
Valt het contact overal weg en komt er somberheid bij, dan hoort dat bij de huisarts. Datzelfde geldt bij een vermoeden van autisme, waar onderzoek voor nodig is, en bij pesten waar de school geen grip op krijgt.
Praat je kind zichzelf vooral omlaag, kijk dan bij weinig zelfvertrouwen. Trekt het zich overal uit terug, dan sluit je tiener is somber beter aan. De andere vragen staan bij kind en tiener.
Laatst bijgewerkt op
Wanneer past een coach, en wanneer je huisarts?
Een coach past als …
- je kind graag contact wil en niet weet hoe het dat begint
- het buiten de klas wel contact heeft, bijvoorbeeld op de club of bij de buren
- je kind zich terugtrekt na een vriendschap die stukliep
- het sociale spelregels anders leest en daardoor buiten de groep valt
Ga eerst naar je huisarts als …
- er sprake is van pesten; begin bij de mentor of de directeur van de school
- je kind school begint te vermijden of steeds vaker ziek thuisblijft
- je vermoedt dat er autisme speelt; daar is onderzoek voor nodig
- het contact overal wegvalt en er somberheid bij komt
Denk je aan zelfdoding of doe je jezelf pijn? Bel 113 of gratis 0800-0113, of chat via 113.nl, dag en nacht bereikbaar. Bij direct gevaar: 112.
Welke coach past hierbij?
Bij moeite met vrienden maken gaat het meestal om een kindercoach, tienercoach, jongerencoach, oudercoach, gezinscoach. Je hoeft dat zelf niet uit te zoeken: op basis van je verhaal leggen wij je vraag voor aan de coaches die erbij passen. Elke coach op Výma is geverifieerd op KvK-inschrijving, kwalificaties en beroepsregisters, en kiest maximaal drie thema's: specialisten dus, geen alleskunners.
- kindercoach
- tienercoach
- jongerencoach
- oudercoach
- gezinscoach
Veelgestelde vragen
Is moeite met vrienden maken iets voor een kindercoach?
Vaak wel. Een kindercoach oefent concrete situaties: hoe begin je een gesprek, wat doe je als iemand nee zegt, hoe kom je een groep binnen die al staat te praten. Dat is te oefenen, en het is precies wat een kind in de klas niet vanzelf leert.
Mijn kind wordt gepest. Is dat hetzelfde?
Nee, en de volgorde is anders. Bij pesten ligt het probleem in de groep, en dan is de school aan zet: mentor, directeur, en het pestprotocol dat elke school verplicht heeft. Coaching kan daarnaast helpen, maar het vervangt die stap niet.
Moet ik het voor mijn kind regelen?
Voor een deel wel. Contact ontstaat vaker buiten schooltijd dan erop, dus een keer iemand uitnodigen helpt. Doe het klein en met één kind tegelijk; in een groep valt je kind terug in de rol die het daar al heeft.
Wat als mijn kind zegt dat het niemand nodig heeft?
Neem dat serieus en geloof het niet meteen. Sommige kinderen hebben genoeg aan één vriend en dat is prima. Klinkt het meer als opgeven, dan zit er vaak teleurstelling onder die eerst gehoord wil worden.