Weinig zelfvertrouwen bij je kind of tiener
Weinig zelfvertrouwen bij je kind herken je aan wat het over zichzelf zegt en aan wat het uit de weg gaat. Complimenten stuiten meestal af, omdat ze botsen met het beeld dat je kind van zichzelf heeft. Wat wel werkt is ervaring opdoen die dat beeld tegenspreekt, in stukken die klein genoeg zijn om te lukken. Een kindercoach oefent dat mee. Trekt je kind zich terug, gaat het niet meer naar school of praat het over zichzelf op een manier die je zorgen baart, begin dan bij de huisarts.
duurt ± 5 minuten · anoniem · vrijblijvend
“Hij zegt gewoon dat hij nergens goed in is”
Weinig zelfvertrouwen bij je kind hoor je vaak eerst aan de taal. Een zoon die na een wedstrijd zegt dat hij toch de slechtste van het team is. Een dochter die haar tekening verfrommelt voordat iemand hem heeft gezien. Het is geen aandacht vragen, en meestal ook geen vissen naar een compliment. Je kind gelooft het.
Daarnaast zie je het aan wat er wegvalt. De sportclub waar het eerst graag heen ging. Het feestje waar het toch maar niet heen wil. Bij weinig zelfvertrouwen wordt de wereld van een kind stap voor stap kleiner, en elke keer is er een aannemelijke reden waarom juist dit ene ding niet doorgaat.
Hoe weinig zelfvertrouwen bij je kind ontstaat
Een kind bouwt zijn zelfbeeld op uit twee dingen: wat het meemaakt en wat het daarover hoort. Gaat er iets mis en blijft het daarbij, dan is dat een gebeurtenis. Gaat er iets mis en zegt iemand er iets bij over wie je bent, dan wordt het een eigenschap. “Dat ging even mis” en “je bent ook zo onhandig” verschillen daarin volledig.
Vanaf een jaar of acht komt het vergelijken erbij. Kinderen gaan zichzelf naast klasgenoten leggen, en tegenwoordig ook naast wat ze op hun telefoon zien. Dat vergelijk verliezen ze bijna altijd, want ze zetten hun eigen binnenkant naast andermans buitenkant.
Wat dan gebeurt is dat je kind gaat vermijden. Wie niets probeert, kan niet falen. Dat werkt op korte termijn en het maakt de zaak op langere termijn erger, want elk ding dat je niet doet is ook een ervaring die je niet opdoet.
Wat je thuis kunt doen
Prijs wat je zag gebeuren en laat het oordeel weg. Niet “wat knap van je”, maar “ik zag dat je doorging terwijl het lastig werd”. Het eerste vraagt van je kind dat het instemt met een oordeel over zichzelf; het tweede is een waarneming, en daar valt weinig tegenin te brengen.
Maak dingen daarnaast kleiner tot ze lukken. Een kind dat het eng vindt om in de klas iets te zeggen, begint met een vraag stellen aan de bakker. Wie de sportclub uit de weg gaat, gaat één keer kijken zonder mee te doen. Zelfvertrouwen groeit van ervaring, en ervaring kun je op maat snijden.
Let ten slotte op je eigen taal over jezelf. Kinderen luisteren daar scherper naar dan naar wat je tegen hen zegt. Een ouder die hardop zegt dat hij dit soort dingen nooit kan, geeft daar een grotere les mee dan met tien complimenten.
Wat een kindercoach hieraan toevoegt
Een kindercoach zoekt eerst uit welk beeld je kind van zichzelf heeft en waar dat vandaan komt. Soms is dat een opmerking van jaren geleden die is blijven hangen, soms een vergelijking met een broer of zus, soms een leerkracht die het goed bedoelde.
Daarna gaan ze oefenen. Bij jongere kinderen gebeurt dat spelenderwijs, met tekenen of met een verhaal waarin het hoofdpersonage voor hetzelfde staat. Bij tieners gaat het meer pratend en komen er opdrachten bij die tussen twee gesprekken in vallen. Een tienercoach werkt daarbij vaak met wat er die week echt gebeurd is, en niet met een oefening uit een boek.
Wat het van thuis onderscheidt is de afstand. Bij jou wil je kind niet teleurstellen, en dat maakt eerlijk zijn over onzekerheid moeilijker. Bij iemand die er verder niets mee te maken heeft, valt die rem weg.
Wanneer er meer speelt
Er zijn 473.000 jongeren die in 2024 jeugdhulp kregen, blijkt uit de CBS-rapportage Jeugdhulp 2024. Een deel daarvan heeft behandeling nodig. Voor de groep daaronder is er lange tijd weinig geweest tussen “het gaat wel over” en een verwijzing in.
De grens ligt bij hoe breed het zit. Gaat je kind gewoon naar school, heeft het contact met anderen, en is er dit ene thema, dan is coaching passend. Trekt het zich overal uit terug, blijft het somber, of praat het over zichzelf op een manier die je bang maakt, dan hoort dat bij de huisarts.
Speelt er vooral spanning rond school, kijk dan bij faalangst bij je kind. Gaat het om contact met leeftijdsgenoten, dan sluit moeite met vrienden maken beter aan. De andere vragen staan bij kind en tiener.
Laatst bijgewerkt op
Wanneer past een coach, en wanneer je huisarts?
Een coach past als …
- je kind zichzelf omlaag praat terwijl het gewoon meedraait op school
- het dingen uit de weg gaat die het eerder wel deed
- complimenten van jou afstuiten of zelfs irritatie opleveren
- je kind zich voortdurend vergelijkt met klasgenoten of met wat het online ziet
Ga eerst naar je huisarts als …
- je kind zich terugtrekt uit alles wat het leuk vond en langere tijd somber is
- het over zichzelf praat op een manier die je bang maakt
- er sprake is van pesten waar de school geen grip op krijgt
- je kind gedachten heeft over dood of zichzelf pijn doen; dan is 113 of de huisarts de eerste stap
Denk je aan zelfdoding of doe je jezelf pijn? Bel 113 of gratis 0800-0113, of chat via 113.nl, dag en nacht bereikbaar. Bij direct gevaar: 112.
Welke coach past hierbij?
Bij weinig zelfvertrouwen bij je kind gaat het meestal om een kindercoach, tienercoach, jongerencoach, oudercoach, gezinscoach. Je hoeft dat zelf niet uit te zoeken: op basis van je verhaal leggen wij je vraag voor aan de coaches die erbij passen. Elke coach op Výma is geverifieerd op KvK-inschrijving, kwalificaties en beroepsregisters, en kiest maximaal drie thema's: specialisten dus, geen alleskunners.
- kindercoach
- tienercoach
- jongerencoach
- oudercoach
- gezinscoach
Veelgestelde vragen
Waarom werken complimenten niet bij weinig zelfvertrouwen bij je kind?
Omdat ze botsen met het beeld dat je kind van zichzelf heeft. Wie denkt dat hij dom is, hoort bij "goed gedaan" vooral dat jij het niet doorhebt of medelijden hebt. Wat wel binnenkomt is een opmerking over iets specifieks dat je zag gebeuren, zonder oordeel erachteraan.
Is dit iets voor een kindercoach of voor een psycholoog?
Draait je kind verder mee, gaat het naar school en heeft het contact met anderen, dan is een kindercoach vaak passend. Houdt de somberheid aan, trekt je kind zich overal uit terug of speelt er pesten waar geen grip op komt, dan begin je bij de huisarts.
Hoeveel gesprekken zijn dit meestal?
Vaak vier tot acht, verspreid over een paar maanden. Je spreekt dat rechtstreeks met de coach af; wij zitten daar niet tussen en rekenen geen commissie.
Moet ik erbij zitten?
Meestal bij het eerste en het laatste gesprek, en soms tussendoor. De gesprekken daartussen zijn van je kind. Dat is bewust: wat je kind aan een ander vertelt, vertelt het vaak anders dan aan jou.